programmatoelichting

 

 

 

  Le Baiser de la Fée (The Fairy's Kiss) (1928), Igor Stravinsky

  Première Rhapsody voor klarinet en orkest (1910), Claude Debussy

  1e symfonie (1876), Johannes Brahms

 

 

 Le Baiser de la Fée (The Fairy's Kiss) (1928)

Igor Stravinsky

Na de Sacre du Printemps en les Noces, zeer vooruitstrevende werken in die tijd, keerde Stravinsky met Le Baiser de la Fée terug naar het verleden en schreef het werk geheel in de geest van de door hem op dat moment zeer bewonderde Tsjaikovsky.

Er komen zelfs letterlijke citaten uit korte stukken voor piano van Tsjaikovsky in voor, zoals uit het Humoresque op.10 nr2. De melodie uit Het Wiegelied in de storm, ook van Tsjaikovsky, vormt de basis van 't eerste tableau uit Stravinsky's balletmuziek: waarin een moeder, met haar kind in haar armen geklemd, vecht tegen de storm. Tevergeefs, en de fee pakt haar kind af en neemt het mee.

De fee betovert de baby met een kus op het voorhoofd en laat het daarna moederziel alleen achter. Het wordt gevonden door een groep zigeuners, die het kind opvoeden. In de volgende scène is de jongen opgegroeid en danst op met zijn geliefde op een feest. Nog éénmaal in zijn leven kruist de fee het pad van de jongen: wanneer hij gaat trouwen vermomt ze zich als zijn geliefde, verleidt hem en ontvoert hem naar háár land: een land achter de tijd en de wereld, nog éénmaal zal zij hem kussen, ditmaal op zijn voetzool, waarmee hij voor eeuwig van haar zal zijn.....

 

 

 Première Rhapsody voor klarinet en orkest (1910)

Claude Debussy

Debussy schreef in 1910 een rhapsody voor klarinet en piano voor het concours van het conservatorium van Parijs. Een jaar later voltooide hij het arrangement van dit stuk voor klarinet en orkest. Debussy was zelf erg te spreken over het werk en noemde het een van zijn meest geslaagde composities. Toch werd het, net als vele andere composities van Debussy, niet door iedereen gewaardeerd. Debussy was een vernieuwende componist, die voortdurend op zoek was naar nieuwe melodieën en spannende, vernieuwende akkoorden. Dit is ook in de Première Rhapsody duidelijk te horen.

De Première Rhapsody is uitgegroeid tot een van de standaardwerken in het repertoire voor solo-klarinet.

 

 

 1e symfonie (1876)

Johannes Brahms

“En hij is gekomen, het jonge bloed, aan wiens wieg de Gratiën en Helden hebben gewaakt. Hij heet Johannes Brahms.... Hij heeft, ook uiterlijk, alle kenmerken die ons aankondigen: dit is een geroepene. Zittend achter de vleugel, begon hij wonderbaarlijke registers te onthullen. We werden meer en meer een tovercirkel binnengetrokken. Daarbij kwam het geniale spel, dat uit de vleugel een orkest van weeklagende en jubelende stemmen opriep. Er waren sonaten, meer versluierde symfonieën, - liederen waarvan men zonder de woorden te kennen de inhoud begreep....” Aldus Robert Schumann in een artikel in het 'Neue Zeitschrifft für Musik' uit 1853, toen hij Brahms had leren kennen.

Naar aanleiding van de baanbrekende pianoklanken van de jonge componist, raadde Schumann Brahms aan om een symfonie te componeren. Brahms nam die raad ter harte en begon een pianosonate om te werken tot een symfonie. Dit bleek echter een onmogelijke manier van werken, en in plaats van een symfonie ontstond zijn eerste pianoconcert. Uiteindelijk duurde het, na de aansporing van Schumann, nog ruim 20 jaar voordat het manuscript van de eerste symfonie gereed was. De belangrijkste oorzaak hiervoor was Brahms' angst voor het genre. Zijn grote voorloper Beethoven had namelijk een aantal vernieuwingen in het genre doorgevoerd (geen strikte vierdeligheid, toevoeging vocale elementen) die het voor de jongere generatie componisten zeer moeilijk maakten om nog in een eigen stijl, met een eigen identiteit een symfonie te schrijven.

In 1862 maakte Brahms zijn eerste schetsen voor de symfonie. Het duurde echter nog 14 jaar voordat hij het werk voltooide. In de tussenliggende tijd heeft hij zich wel met het componeren voor symfonieorkest bezig gehouden. Na de al eerder gecomponeerde orkestserenades ontstonden nu 'Ein Deutsches Requiem' en de 'Variaties op een thema van Joseph Haydn'. Vooral het succes van de Haydnvariaties was een stimulans voor de voltooiing van zijn eerste symfonie.

In 1876 sloot Brahms de werkzaamheden aan zijn moeizaam ontstane eerste symfonie af. Na de première, die datzelfde jaar plaatsvond, waren de reacties verdeeld. Dirigent Hans von Bülow betitelde het werk als 'de tiende' van Beethoven. Enerzijds om aan te geven dat Beethoven nu pas een waardige opvolger had gekregen en anderzijds om op de verwantschap tussen de eerste symfonie van Brahms en de negen van Beethoven aan te duiden. Thematisch vertoont Brahms' symfonie inderdaad overeenkomsten met de negende van Beethoven. De ontwikkeling binnen het werk van strijd naar overwinning komt ook in de Beethovens vijfde voor.

Toch zijn de verschillen tussen Beethovens serie en Brahms' eerste symfonie groter dan de overeenkomsten. Brahms toont zich een groot symfonicus en laat een geheel eigen stijl met eigen harmonieën, een eigen sfeer en ritmiek horen. Hiermee laat hij zien het weldegelijk mogelijk is om na Beethoven nog een symfonie te componeren.

Het eerste deel opent met een langzame inleiding waarin de violen en celli een stijgende melodie hebben en de altviolen en houtblazers een dalende. Deze tegenstrijdige melodische bewegingen, ondersteund door dreigende paukslagen, geven het begin van de strijd weer die in het Allegro verder uitgewerkt wordt. Het deel eindigt in diepe droefenis.

Het tweede deel heeft een veel vreedzamer karakter maar de typisch Brahmse melancholiek verdwijnt nooit geheel. De droefenis wordt enigszins getroost.

In het derde deel staan gemoedelijkheid en rust centraal. De volksliedachtige thema's en de haast solistische kamermuziek brengen een naïeve vrede tot stand.

Het vierde deel opent met een langzame inleiding die uitmondt in een grote hoornsolo. Deze hoornmelodie, een alphoornroep die Brahms tijdens het schrijven van deze symfonie hoorde, voorzag hij in een brief aan Clara Schumann van de tekst "Hoch auf'm Berg, tief im Tal, grüß ich Dich viel tausendmal!" Vervolgens barst het triomferende, feestelijke, onoverwinnelijke thema los waarin Brahms de totale overwinning tot uitdrukking brengt. Jubelend komt de symfonie ten einde.