voorjaar 2006

 

 

flyer voorjaar 20068 juni 2006
Geertekerk
Geertekerkhof 23
Utrecht

 

9 juni 2006
Keizersgrachtkerk
Keizersgracht 566
Amsterdam

 

 

 

Op het programma stonden de volgende werken:

 

 Dolce far Niente, C. Oberstadt
Trompetconcert, J. Haydn (solist: Pascal van de Velde)
 Symfonie nr.6, D. Sjostakovitsj

 

 Dolce far Niente, C. Oberstadt

Het werk, waarmee de concerten zullen worden geopend, is “Dolce far niente” van de Nederlandse componist Carel. D. Oberstadt. Oberstadt studeerde bij Clara Schumann en Woldemar Bargiel. Zijn tamelijk omvangrijk oeuvre bestaat voor een belangrijk deel uit kamermuziek. Het werk dat Pulcinella zal uitvoeren vormt een uitstekende opmaat voor 2e werk voor de pauze, het trompetconcert van Haydn. Dolce far niente is nooit uitgegeven; het is daarom niet bekend wanneer het precies is geschreven. De uitvoering door Pulcinella betekent de wereldpremière voor dit stuk.

 

 

* Trompetconcert, J. Haydn (solist: Pascal van de Velde)

Haydn schreef talloze concerten voor viool, cello, fluit, hobo, trompet, hoorn, fagot, piano en orgel. De meeste van die werken zijn echter tijdens zijn leven niet gepubliceerd, terwijl veel wel bekende werken zijn verloren gegaan bij branden in zijn woning in 1768 en 1776. Tot de gespaarde werken behoort gelukkig "het" trompetconcert.
In de late achttiende eeuw verwierf de trompet een prominente plaats als solo-instrument. Het instrument ontwikkelde zich van 'natuur' trompet tot een volledig chromatisch instrument. Het was voor zo’n nieuwe trompet dat Haydn in 1796 zijn trompetconcert schreef. Het was bestemd voor de Weense virtuoos Anton Weidlinger. Het was tevens Haydns laatste volledig orkestrale werk. Gek genoeg werd het niet meteen populair; mogelijk viel de klank van de toetstrompet toen niet in de smaak.
Tegenwoordig is het een erg geliefd werk bij trompetvirtuozen die een mooie show van hun kunnen ten beste willen geven. Het langzame deel is uitgesproken lyrisch, wat het minstens zo lastig maakt als het vuurwerk uit het eerste deel. Het derde deel is heel kenmerkend voor de ingehouden uitgelatenheid van alle Haydnse concertfinales.

 

 

 Symfonie nr. 6, D. Sjostakovitsj

De zesde symfonie van Sjostakovitsj (1906-1975) wordt relatief weinig uitgevoerd, en al helemaal zelden door een amateurorkest. Het stuk wordt vaak over het hoofd gezien tussen de grootse vijfde, zevende en achtste symfonieën. Ten onrechte, uiteraard.

Het meest opvallend aan de zesde symfonie is de merkwaardige structuur, die iedere muzikale logica overboord zet. De symfonie werd in Rusland bekritiseerd als “symfonie zonder hoofd”. Het stuk bestaat uit drie delen in oplopend tempo. Het begint met een langzaam, inktzwart eerste deel (largo), dat wordt gevolgd door twee schijnbaar opgewekte snellere delen (allegro en presto). Het eindigt met een heftige climax, die schijnbaar tegemoetkomt aan de opdracht die Sjostakovitsj had gekregen, namelijk om in deze moeilijke tijden (het was 1939) een optimistisch stuk te schrijven.

Toch heerst er door het hele stuk een enorme spanning. De luisteraar wordt met een onbehaaglijk gevoel achtergelaten. De zesde symfonie is doortrokken van de ironie en dubbelzinnigheid die zo kenmerkend zijn voor het werk Sjostakovitsj.

 

Omdat in 2006 de honderdste geboortedag van Sjostakovitsj wordt gevierd, is het uitgeroepen tot Sjostakovitsj-jaar. Reden te meer om een stuk van de belangrijkste componist van de twintigste eeuw op het programma te zetten!