najaar 2005

 

 

flyer najaar 200521 december 2005
Leeuwenberghkerk
Servaasbolwerk
1a
3512 NK Utrecht

 

 

Op het programma stonden de volgendewerken:

 

 

 Igor Stravinsky: Pulcinella Suite (1920)

Pulcinella is een figuur uit de commedia dell’ arte, die onder andere heeft geleid tot de ontwikkeling van poppenkastpersonages als Jan Klaassen en Katrijn. Stravinsky componeerde het als ballet met drie zangsolisten. Later heeft Stravinsky met de Suite een versie gemaakt zonder solisten, die ook wat korter is. Deze laatste versie zullen we uitvoeren.

Het idee voor Pulcinella is afkomstig van Sergej Diaghilev, de directeur van de beroemde Ballets Russes en ontdekker van Stravinsky. Eerder hadden ze al samengewerkt in de drie ‘grote baletten’: Oiseau de Feu, Petroesjka en de Sacre du Printemps. Tijdens een reis door Italie bezochten Diaghilev en Stravinsky samen voorstellingen van de Commedia dell’Arte. Diaghilev had het wilde idee gekregen een klassieke Commedia dell’Arte als ballet te brengen. Stravinsky zou daarvoor muziek van de achttiende-eeuwse componist Pergolesi bewerken. Hij was daar aanvankelijk niet erg enthousiast over, omdat hij niet veel in de muziek van Pergolesi zag. Maar na enige aandrang van Diaghilev bekeek hij de muziek nog eens beter, en raakte, in zijn eigen woorden, “verliefd”.

Stravinsky nam de manuscripten van Pergolesi als uitgangspunt en vertaalde ze naar zijn eigen muzikale tongval. Het resultaat was een soort satire. Diaghilev was geschokt: hij vond het een belediging van de achttiende eeuw. Maar Stravinsky vond juist dat hij verrassend dicht bij het origineel was gebleven. Voor hem betekende Pulcinella een revolutie in zijn stijl: van de overdonderende, ritmische balletten naar klassieke muziek voor een klein orkest (één trompet, één trombone, geen klarinetten). Uitgangspunt was de klassieke achttiende-eeuwse muziek, maar dan aangevuld met Stravinsky’s eigenzinnige moderne muzikale handtekening. Deze neo-klassieke stijl zou in de twintigste eeuw veel navolging krijgen.

Tegenwoordig weten we overigens dat de werken van Pergolesi waar Stravinsky zich op baseerde maar voor de helft van Pergolesi waren. De rest was van tijdgenoten, die hun werk onder de naam van Pergolesi uitgaven. Onder hen was de Nederlandse Graaf Unico Wilhelm van Wassenaer.

De Pulcinella Suite is een sleutelwerk in het oeuvre van Stravinsky, en daarmee in de muziekgeschiedenis van de twintigste eeuw. Helaas wordt het vanwege de moeilijkheidsgraad en de afwijkende bezetting (geen klarinetten) maar zelden door amateur-musici uitgevoerd.

 

 

 Pjotr Iljitsch Tsjaikovsky: Symfonie no. 1 “Winterdromen” (1868)

De Eerste Symfonie was een van de eerste Russische symfonieën. Daarom alleen al verdient dit prachtige werk uitvoering. Tsjaikovsky schreef het vlak na zijn afstuderen. Hij worstelde er lang mee, maar toen het af was, bleef hij er de rest van zijn leven een zwak voor houden. Hoewel hij erkende dat het stuk nog vrij onvolwassen was, vond hij dat het inhoudelijk toch rijker was dan veel van zijn latere werken. Hij noemde het “een zonde uit mijn zoete jeugd”. Het stuk staat altijd een beetje in de schaduw van de veel bekendere latere symfonieën. Wij hopen ons publiek te kunnen laten horen dat dat onterecht is!

Omdat de Ouverture in F die Tsjaikovsky voor zijn eindexamen geschreven had, een groot succes was geworden, durfde hij het aan om een symfonie te schrijven. Het was een ambitieus project dat maar langzaam vorderde. Toen de invloedrijke criticus en componist Cui in St. Petersburg een vernietigende recensie over een van zijn composities schreef, was hij daardoor zeer aangeslagen. Als gevolg daarvan werkte hij dag en nacht aan zijn eerste symfonie. Al snel raakte hij overwerkt en in juli 1866 kreeg hij een zenuwinzinking. Zijn arts schreef dat hij zich “op de rand van de waanzin” bevond: Tsjaikovsky leed aan hallucinaties en angsten.

Toen hij deze crisis te boven was, stuurde hij de nog onvoltooide symfonie naar zijn vroegere leraren in St. Petersburg. Zij hadden veel kritiek: alleen de middelste twee delen zouden, na grondige revisies, geschikt zijn voor uitvoering. Tsjaikovsky ging aan het werk en in februari 1867 voerde Nikolai Rubinstein de middelste twee delen uit in St. Petersburg. Het werd een matig succes. Tsjaikovsky was teleurgesteld en schrapte wederom alle revisies. Pas op 3 februari 1868 werd de symfonie voor het eerst in zijn geheel uitgevoerd, opnieuw onder leiding van Nikolai Rubinstein: Tschaikovsky zelf was te zenuwachtig om te dirigeren. Ditmaal was het wel een groot succes. Vooral het Adagio werd enthousiast ontvangen.

De symfonie draagt de titel “Winterdromen”, of eigenlijk: “Winterse dagdromen”. Daarmee is het natuurlijk bijzonder geschikt voor een kerstconcert. De eerste twee delen hebben daarbij nog een motto mee gekregen. Het eerste deel (allegro tranquillo) heet “Mijmeringen van een winterse reis”. Het tweede deel (adagio cantabile) heet “Land van verlatenheid, land van nevelen”. In het grootse hoornthema, maar ook in de rest van de symfonie, is het weidse Russische landschap te horen. Het Scherzo (allegro scherzando giocoso) is een bewerking van de Pianosonate in Cis die Tsjaikovsky in 1865 had geschreven. Het is een opgewekte wals, zoals hij ze later nog vaak zou schrijven. De Finale (andante lugubre) begint met een thema uit een volksliedje. Na een lange opbouw eindigt de symfonie met een grootse climax.